Het hier en nu
De huidige praktijk wordt gedomineerd door het Angelsaksische model en het Rijnlandse model. Het eerste model is gebaseerd op het streven naar aandeelhoudersrendement: een zo hoog mogelijk dividend plus de sterkst mogelijke stijging van de koers van het aandeel per tijdseenheid. Ondernemingen die dit model hebben omarmd streven naar een zo hoog mogelijke winst per aandeel op basis van de, inmiddels onjuist gebleken, veronderstelling dat de aandelenkoers hiermee het beste gediend is. Het is ironisch dat stappen gericht op het verbeteren van deze ratio - inkoop van aandelen, kostenbesparingen en overnames om meer kosten te besparen - ten koste gaan van de kasstromen in de nabije en verre toekomst, waardoor er economische waarde wordt vernietigd in plaats van gecreëerd. Andere kenmerken van het model- de nadruk op persoonlijk leiderschap, de vertaling van de ondernemingsdoelstelling in financiële taakstellingen met bijbehorende controlemaatregelen en financiële prikkels en de keuze voor interne concurrentie om schaarse middelen te verdelen- blijken eveneens contraproductief.
Ook het Rijnlandse model, gericht op het behartigen van de belangen van alle bij de onderneming betrokken partijen- aandeelhouders, werknemers, klanten, leveranciers en de gemeenschap waarbinnen de onderneming haar activiteiten ontplooit- kent ernstige tekortkomingen. De onderneming is geen belangengemeenschap maar een werkgemeenschap. Economische waarde wordt in dit model onder meer vernietigd door ongelukkige compromissen, door tegenstrijdige belangen van bedrijfsonderdelen en door complicaties bij het implementeren van beslissingen. De recentelijk populair geworden nadruk op het zogenaamde sociaal verantwoord ondernemen heeft als gevolg dat de nadelen van het model worden uitvergroot.







