Inleiding

De prestaties van grote ondernemingen zijn ondermaats. Ze slagen er niet in om te innoveren, getuige de geringe bijdrage die nieuwe producten aan de omzet leveren. Ook het verbeteren van de productiviteit, waarbij de nadruk ligt op het realiseren van kostenbesparingen, stuit op problemen. Doelstellingen worden zelden gerealiseerd als gevolg van de vele onbedoelde nevengevolgen van dergelijke programma’s. De vlucht voorwaarts, het acquireren van branchegenoten om nieuwe producten aan de portefeuille toe te voegen en om door schaalvergroting de kosten per eenheid te verlagen, mislukt in 80 procent van de gevallen.
Het feit dat grote ondernemingen hun potentieel niet realiseren is opmerkelijk omdat ze de laatste decennia zeer sterke posities hebben opgebouwd. Ze beheersen het marketing vak als geen ander. Zij controleren de verkoop - en distributie kanalen en kunnen over de hele wereld productiecapaciteit verwerven. Zij zijn eigenaar van het grootse deel van de toegekende patenten en kunnen voor elk probleem de beste deskundigen, eigen medewerkers en adviseurs van buiten, aantrekken.
Het belang van het goed functioneren van grote ondernemingen staat buiten kijf. Ze vormen een onmisbaar onderdeel van de structuur van moderne economieën. Ze verschaffen direct en indirect hoogwaardige werkgelegenheid en fungeren als kraamkamer van talent. Ze fungeren als spil in een toenemend aantal samenwerkingsverbanden en hebben een ongeëvenaard vermogen om grote, technisch gecompliceerde projecten te ontwerpen, te financieren en uit te voeren. Het is duidelijk dat de grote samenhangende problemen van deze tijd - armoede, ziekte, energie- water - en voedseltekorten, de opwarming van de aarde - niet zonder de actieve betrokkenheid van grote ondernemingen kunnen worden opgelost.
In Modern Kapitalisme wordt de stelling betrokken dat de prestaties van grote ondernemingen ernstig te lijden hebben onder de keuze van de doelstellingen en de wijze waarop die doelen worden nagestreefd. De huidige inrichting van het toezicht, bestuur en medezeggenschap, de organisatie, de besluitvorming, prestatieplanning, beoordeling en beloning hebben een veel groter negatief effect dan algemeen wordt aangenomen.







